Kennis van statistiek

Misschien dat dit alles u iets verrast, maar het zal zeker geen openbaring zijn. U weet waarschijnlijk al lang dat grote steekproeven betrouwbaarder zijn flexplek huren leeuwarden dan kleine en zelfs mensen zonder enige kennis van statistiek kennen deze ‘wet van de grote getallen’. Maar ‘weten’ is geen kwestie van zwart-wit, en misschien gold het volgende ook voor u: • Het woord ‘dunbevolkt’ kwam niet direct over als relevant toen u het verhaal over de ziektegevallen las. • U was ten minste enigszins verbaasd over het verschil tussen de steekproef met vier knikkers en de steekproef met zeven knikkers. • Zelfs nu moet u nog even nadenken om te ontdekken dat de volgende beweringen op hetzelfde neerkomen: Grotere steekproeven zijn preciezer dan kleine steekproeven. Kleine steekproeven leveren vaker een flexplek huren groningen opvallend resultaat op dan grote steekproeven.
De eerste bewering heeft een duidelijk waarheidsgehalte, maar totdat de tweede bewering intuïtief waar overkomt, hebt u de eerste nog niet helemaal begrepen. In wezen komt het dus hierop neer: u wist dat de resultaten van grote steekproeven preciezer zijn, maar u beseft misschien nu dat het hoe en waarom niet geheel duidelijk was. En u bent niet de enige. Het eerste onderzoek dat Amos en ik gezamenlijk uitvoerden, toonde aan dat zelfs professionele onderzoekers een slechte intuïtie en een gebrekkig begrip van dynamiek van een steekproef hebben.
De wet van de kleine getallen Mijn samenwerking met Amos begon in het begin van de jaren zeventig met een discussie: kunnen mensen die niet onderlegd zijn in statistiek, goede ‘intuïtieve’ statistici zijn? Amos vertelde mij over onderzoekers aan de University of Michigan, die over het algemeen een positief beeld hadden van intuïtieve statistiek. Ik had een duidelijke flexplek huren eindhoven mening over die bewering, die ik bovendien persoonlijk opvatte: recentelijk had ik ontdekt dat ikzelf geen goed intuïtief statisticus was, maar dat ik wat dat betreft niet slechter was dan anderen. Voor een onderzoekspsycholoog is steekproefvariabiliteit geen liefhebberij: het is een lastig en duur obstakel dat elk onderzoeksproject in een gok kan veranderen. Stel, u wilt de hypothese staven dat de woordenschat van het gemiddelde zesjarig meisje groter is dan die van een jongetje van dezelfde leeftijd. De hypothese is waar in de gehele populatie: de gemiddelde woordenschat van meisjes is inderdaad groter. Meisjes en jongens verschillen echter aanzienlijk en door toeval hebt u een steekproef genomen waarin het verschil nietszeggend was -en zelfs een steekproef waarin jongetjes over een grotere woordenschat bleken te beschikken. Als onderzoeker is dit een vervelende uitkomst, flexplek huren den haag aangezien u tijd en moeite in het onderzoek hebt gestoken en een valide hypothese niet hebt kunnen bevestigen. Een voldoende grote steekproef is de enige manier om dit risico te beperken. Onderzoekers die te kleine steekproeven gebruiken, geven zich over aan het toeval.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *