Grijze arbeidersbuurt

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Wegens mijn introverte en schuchtere gedrag was ik een willig slachtoffer van de jonge fanatieke supporters van FC Southampton, die bij mij in de straat woonden. In elke buurt is er wel een kind het pispaaltje en ik was de speelbal van de wijk Northam. Daarom kwam ik niet veel op straat. Ik zat liever computerspelletjes te spelen, want ik was niet opgewassen tegen de rauwe mentaliteit die deze grijze arbeidersbuurt kenmerkte. Veel herinneringen aan mijn jeugd zijn door de jaren heen verdwenen, misschien heb ik ze zelfs bewust verdrongen. Maar nog altijd kan ik me de dag dat mijn vader overleed helder voor de geest halen. Ik was pas veertien jaar oud en te jong om te beseffen dat deze gebeurtenis mijn leven zou vormen. Ik dacht dat mijn vader sliep, toen ik hem opgebaard in de voorkamer zag liggen, maar niets aan hem bewoog meer. Hij maakte geen grapjes en sloeg me niet meer joviaal op mijn schouders. Misschien wordt hij vanzelf weer wakker, hield ik mezelf wanhopig voor. Wat weet een jongen van veertien nu echt over de dood? Deze gedachte hield ik gek genoeg vol, ondanks al die huilende mensen om me heen. In de computergames kwamen mijn helden tijdens een nieuw spel weer tot leven, maar het echte leven is geen computerspel.
De dag van de begrafenis was de ergste dag in mijn leven. Mijn vader was die ochtend niet wakker geworden, zoals ik ’s nachts had gedroomd Zwart geklede mannen hadden de kist inmiddels gesloten, terwijl mijn moeder huilend op de vloer op haar knieĆ«n zat. Ik moest een zwart kostuum aantrekken dat veel te ruim was. Samen met mijn moeder zat ik in een zwarte auto met grijze vlaggetjes die achter de lijkwagen met mijn vader reed. Hoewel ik al bijna vijftien jaar oud was, begreep ik het gewoon niet. Een vader laat je nooit in de steek en zeker mijn vader niet! Hij was een rauwe havenarbeider, groot en sterk en kon gewoon niet doodgaan. Maar dat sterke lijf had het begeven. Tijdens zijn werk was hij in elkaar gestort en hadden ze hem niet meer kunnen reanimeren. Als kleine jongen had ik ooit met mijn armen en benen gespreid, als een kantoorruimte almere vliegtuig, in zijn machtige armen door de kamer gevlogen. Maar zo groot en sterk als zijn spieren waren, zo klein was het bloedpropje dat een hartslagader had afgesloten en hem zomaar van ons had weggenomen. Mijn moeder had gegild toen de politieagent aan de deur stond, maar het had niet geholpen. Voordat hij in het ziekenhuis was aangekomen, was hij al overleden. Pas toen ik in Nederland ging wonen, besefte ik dat ik mijn geliefde vader nooit meer in levende lijve zou zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *