Een gouden greep

Dat kon alleen door iets slimmers te bedenken. De delen van een vliegtuigromp werden aan elkaar bevestigd met klinknagels. Fokker is toen echter gaan pionieren met het lijmen van metalen. Lijmen is eigenlijk een armeluisoplossing. Maar het bleek een gouden greep te zijn, want door het ontbreken van klinknagels trad aanzienlijk minder slijtage op. De F-27 vliegt nog steeds, vooral in landen in de derde wereld. En Nederland heeft aan deze uit nood kantoorruimte huren leeuwarden geboren oplossing tot op de dag van vandaag een mondiale voorsprong op het gebied van lijmtechnologie te danken. Aan het begin van de jaren tachtig deed zieh een nieuw probleem voor in de luchtvaartindustrie, vertelt Jan Willem Gunnink. Hij was aan de TU Delft betrokken bij de eerste onderzoeken naar Glare en is nu directeur van het FMLC, een center of exce//ence op het terrein van laminaattechnieken.Vliegtuigen gaan steeds kantoorruimte huren groningen langer mee, ze blijven tegenwoordig wel meer dan dertig jaar in de lucht.AI die tijd staat een vliegtuigromp bloot aan gigantische druk- en trekspanningen en temperatuurverschillen. Daardoor ontstaan scheurtjes in het materiaal die steeds groter worden -tot de scheur zo lang is dat de constructie breekt. ‘We zaten op de rand van wat je met de bestaande vliegtuigmaterialen kon doen’, aldus Gunnink.’Hoe kon je de levensduur verlengen?’ Het basisidee was om het aluminium te versterken met vezels, die de scheuren opvangen. ‘Dat houdt in dat je er voldoende vezels in moet stoppen, de dikte van de aluminiumplaat moet varieren en ook de kantoorruimte huren eindhoven lijmsoort. Dat is een proces van voortdurend optimaliseren om de juiste onderlinge verhouding tussen die drie variabelen te vinden. ‘Hoe doe je dat? Door eindeloze vermoeiingsproeven, waarbij je kijkt naar de scheurgroei van de proefstukken. Een student zet ’s avonds de vermoeiingsbank aan en de volgende ochtend is het proefstuk kapot. Maar op een gegeven moment is ’s morgens het proefstuk nog bezig. Dan heb je een optimum bereikt.’ Tot 1988 speelde het project zieh vrijwel geheel af binnen de TU Delft. Er waren gemiddeld zo’n twintig studenten per jaar bij betrokken, plus vier man wetenschappelijke staf en vier man ondersteunend kantoorruimte huren den haag personeel. Dat aantal groeide in de loop van de tijd tot vijftig studenten en zes man wetenschappelijk personeel. ‘Voor een universiteit zijn dat gigantische aantallen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *