De Egyptenaren

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Dit obstakel werd zo’n 5000 jaar geleden eindelijk uit de weg geruimd toen de Soemeriërs het schrift en het geld uitvonden. Deze Siamese tweelingen – op dezelfde tijd en plaats geboren uit dezelfde ouders – doorbraken de beperkingen van het menselijk brein op het gebied van de gegevensverwerking. Het schrift en het geld maakten het mogelijk om bij honderdduizenden mensen belastingen te innen, om complexe bureaucratieën op te zetten en enorme koninkrijken te vestigen. In Soemerië werden deze koninkrijken in naam van de goden bestierd door menselijke priester-koningen. In de naburige Nijlvallei ging men nog een stapje verder en fuseerde de priester-koning met de god, waardoor een levende godheid ontstond: de farao. De Egyptenaren beschouwden de farao daadwerkelijk als een god in plaats van alleen als een goddelijke afgezant. Heel Egypte was eigendom van die god en alle inwoners moesten zijn bevelen opvolgen en de belastingen betalen die hij oplegde. Net als in de Soemerische tempels bestierde de Egyptische god zijn zakenimperium niet alleen. Sommige farao’s regeerden met ijzeren vuist, andere brachten hun tijd door met kantoor huren groningen banketten en feesten, maar in beide gevallen werd het daadwerkelijke bestuur van Egypte overgelaten aan duizenden geletterde functionarissen. De farao had, net als alle andere mensen, een biologisch lichaam met biologische behoeften, verlangens en emoties. Maar de biologische farao was niet zo belangrijk. De echte heerser van de Nijlvallei was een imaginaire farao die bestond in de verhalen die miljoenen Egyptenaren elkaar vertelden. Terwijl de farao in de hoofdstad Memphis druiven zat te eten in zijn paleis en zich vermaakte met zijn vrouwen en maîtresses, doorkruisten zijn ambtenaren het hele koninkrijk, van de Middellandse Zeekust tot de Nubische woestijn. De bureaucraten berekenden de belastingen die elk dorp moest betalen, legden die vast op lange papyrusrollen en stuurden ze naar Memphis. Als er een geschreven bevel uit Memphis kwam dat er soldaten gerekruteerd moesten worden voor het leger, of arbeiders voor een of ander bouwproject, verzamelden de ambtenaren de benodigde mensen. Ze berekenden hoeveel tarwe er in de koninklijke graanopslag lag, hoeveel dagen werk het zou kosten om de kanalen en reservoirs uit te baggeren en hoeveel eenden en varkens er naar Memphis gestuurd moesten kantoor huren den haag worden, zodat de harem van de farao er goed van kon eten. Zelfs als de levende godheid stierf en zijn gebalsemde lichaam in een extravagante begrafenisoptocht naar de koninklijke necropolis buiten Memphis werd gebracht, bleef de bureaucratie draaien. Beambten bleven papyrusrollen volpennen, belastingen innen, bevelen versturen en de radertjes van de machinerie van de farao oliën.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *