Monoculturele naar een multiculturele organisatie

 

Gerelateerde afbeelding

Veel bedrijven zien de overgang van een monoculturele naar een multiculturele organisatie als een probleem, in plaats van als een vanzelfsprekende ontwikkeling. Trainingen op multicultureel gebied worden hoofdzakelijk gevolgd door multinationals en bedrijven met een multiculturele klantenkring of personeelsbestand. Middenmanagers gaan het meest op cursus. Maar die maken er weinig tijd voor vrij. Bovendien worden de cursussen geen onderdeel gemaakt van het organisatiebeleid. Verder blijkt dat het topmanagement weinig betrokkenheid toont. Dat hoeft geen verwondering te wekken, want de directiekamers worden nog altijd grotendeels bevolkt door blanke mannen.
Bron: lnterm.dlalr, auguJtus 1998
Hoofdstuk 6 1 Management
ductie, personeel en controlling. In het bedrijfsleven maken divisiemanagers of managers van business units veelal deel uit van het managementteam. Bij de overheid participeren hoofden van afdelingen hierin. De belangstelling voor management blijkt ook uit het aanbod van managementopleidingen en -trainingen. Variërend van eendaagse seminars tot volledige, zelfs enkele jaren durende, studies.
Een managementfunctie biedt in veel situaties een aantrekkelijk financieel perspectief. Tevens is het interessant buiten de grens van Nederland te kijken. Wat verdienen verschillende managementfuncties in de ons omringende landen? Een vergelijking is in tabel 6.1 opgenomen.
Uit de hoogte van deze salarissen kan niet worden afgeleid wat de koopkracht van de managers is. Het financieel aantrekkelijk ogende perspectief dient kantoor huren den haag vanzelfsprekend te worden afgezet tegen het aantal te maken uren voor dat geld. Van doorslaggevend belang is natuurlijk de vraag of de manager plezier heeft in zijn werk.
6.2 Manager in de organisatie
Als we naar het management kijken in organisaties kunnen we in hun werkzaamheden een splitsing maken tussen het niveau van de werkzaamheden en de activiteiten van het management.
Managementniveaus Met de groei van een organisatie ontstaat er een behoefte om een scheiding aan te brengen tussen uitvoerende werkzaamheden en leiding geven. Hierdoor onstaat er een aantal niveaus waarop managers leiding geven aan medewerkers. Het aantal managementlagen (hiërarchische managementlagen niveaus) is sterk afhankelijk van de omvang van de organisatie, het specialisatieniveau, het type organisatie en het organisatiebeleid.

Flexibilisering van arbeidsvoorwaarden

Gerelateerde afbeelding

De problematiek die hierbij speelt is tweeërlei. Ten eerste is de vraag of werknemers over de grens gaan werken indien daar de beloningsstructuur beter is. Ten tweede speelt het gegeven dat er in de naaste toekomst sprake zal zijn van een krappe arbeidsmarkt voor een aantal specifieke functies. Om als werkgever in de jaren negentig de juiste mensen op posities te krijgen en te houden is een ontwikkeling te verwachten die door twee richtingen gekenschetst kan worden:?
Resultaatgerichtheid: prestatie- en variabele beloning Onder prestatiebelo- prestatiebeloning ning wordt een beloning verstaan die afhankelijk is van het functioneren van de werknemer. Het gaat hierbij meestal om extra beloning. Variabele beloning kan eveneens afhankelijk worden gesteld van het in- variabele beloning dividueel functioneren. Beloning kan ook afhankelijk zijn van de resultaten van de organisatie als geheel. Bij de laatste vorm van beloning gaat het meestal om een verschuiving in beloningscomponenten, waarbij de totale werkgeverskosten nauwelijks veranderen.
De laatste tijd blijkt dat organisaties boven de collectieve flexplek schiphol arbeidsovereenkomst op individueel niveau de collectieve arbeidsovereenkomst arbeidsvoorwaarden verder invullen. In de meeste arbeidsvoorwaarden zijn al diverse keuzemogelijkheden voor individuele invulling opgenomen, zoals autovergoedingsregelingen, ziektekostenregelingen, spaarregelingen, arbeidsduurverkortingsregelingen en pensioenregelingen.

Organisatiekunde

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Verschillende schrijvers hebben een poging ondernomen tot overbrugging van de twee tegengestelde hoofdstromingen: Likert, Herzberg, McGregor, Blake en Mouton. Deze schrijvers hebben dit gedaan vanuit een geheel eigen invalshoek.
Zo was Rensis Likert de eerste die een poging deed tot overbrugging van de twee stromingen. Hij richtte zich met name op de organisatiestructuur en communicatie en ontwikkelde de zogenoemde ‘linking pin’ structuur, waarbij de organisatie bestaat uit elkaar overlappende groepen, waarbij de leider van de groep ook lid is van een hogere groep (linking pin). Hij dient de groep te leiden maar ook te zorgen voor communicatie met de hogere groep (zie verder paragraaf 9.6).
Een andere theorie is ontwikkeld door Frederick Herzberg. Zijn theorie was geënt op de behoeftenhiërarchie van de psycholoog Maslow. Deze onderscheidde vijf niveaus van behoeften, naar de bevrediging waarvan elk mens volgens hem streeft. Dit alles ter verklaring van het flexplek schiphol menselijk gedrag. Zodra een lager niveau is bevredigd is het streven gericht naar een hoger niveau.
In opklimmende volgorde zijn dit: 1 fysiologische behoeften (eten, drinken, slapen, seks); 2 behoefte aan zekerheid en veiligheid (bescherming, stabiliteit, regelmaat);
3 behoefte aan acceptatie (vriendschap, erbij horen); 4 behoefte aan erkenning (prestige, succes); 5 behoefte aan zelfontplooiing (dragen van verantwoordelijkheid, ontwikkelingskansen, creativiteit enzovoort);
Hij gaf deze behoeften weer in de vorm van een piramide (figuur 4-4). Hoewel de theorie nooit afdoende is bewezen spreekt hij erg aan en heeft hij veel invloed gehad. Herzberg paste deze theorie toe op het gedrag van mensen in organisaties.

Eenheid van commando

Gerelateerde afbeelding

Eenheid van commando was voor Fayol het belangrijkste principe. Iedere werknemer heeft slechts één (directe) baas boven zich. Dit principe was tot dan toe het enige structureringsprincipe; het is ontstaan in het leger, waar het nog steeds het heersende principe is. Hiermee staat Fayol met zijn opvattingen dus haaks op die van Taylor, die met zijn functionele organisatie de eenheid van bevel doorbrak. De betekenis van Fayol ligt vooral in zijn opvattingen over het universele karakter van management en zijn ijver voor het doceren van management als vak. Vooral door zijn invloed kwam er meer aandacht voor de taken van de manager. Terwijl Taylor zich vooral op productiebedrijven richtte en Fayol op management in het algemeen, heeft Max Weber (1864-1920) zich bezigge- Max Weber houden met overheidsorganisaties en grote bedrijven vanuit een socio- sociologische invalshoek logische invalshoek. Grote organisaties hadden volgens Weber in zijn tijd de volgende kenmerken: • een sterke doorgevoerde taakverdeling; • hiërarchische bevelstructuur; • nauwkeurig afgebakende bevoegdheden en verantwoordelijkheden; • onpersoonlijke relaties tussen functionarissen (de functie is belangrijker dan de persoon); • werving op basis van vergaderruimte schiphol bekwaamheden en kennis in plaats van vriendjespolitiek en kruiwagens; • bevordering en beloning op basis van objectieve criteria en procedures; • uitvoering van werkzaamheden volgens vaste routineregels; • alle gegevens worden in schriftelijke stukken vastgelegd, zodat op alles controle mogelijk is; • de macht van functionarissen, ook hogere, is aan restricties gebonden.
Weber stelde dat indien een organisatie volgens de hiervoor genoemde kenmerken functioneerde er sprake is van een ideale bureaucratie. Een ideale bureaucratie organisatievorm die, volgens hem, het meest doelmatig is. Dit komt omdat ieder mens in een dergelijke organisatie rationeel functioneert en een radertje in een goed geoliede machine is.

Kleine winkeliers

Gerelateerde afbeelding

Kleine winkeliers klonteren samen Detaillisten moeten kosten besparen. De kleintjes zoeken het vooral in samenwerking en inkoop van kennis. De ongebonden winkelier in het midden-en kleinbedrijf is duidelijk op zijn retour. Winkelstraten in Nederland vertonen in toenemende mate dezelfde aanblik. Achter al die gelijksoortige winkelpuien gaan overigens lang niet altijd de grootwinkelbedrijven schuil, want veel van de winkels zijn eigendom van zelfstandige ondernemers die hun toevlucht hebben genomen tot een franchiseformule of een inkoopcombinatie. Daarbij maken ze in meer of mindere mate gebruik van de voordelen van het gezamenlijk opereren, zoals gemeenschappelijk reclamecampagnes of inkopen. Een toenemende professionalisering is zichtbaar in de detailhandel. Ondernemen is tegenwoordig heel wat meer dan het op peil houden van vo.orraden en het bijhouden van de boekhouding. Als winkeliers zich aansluiten bij een landelijke of regionale formule, hebben ze meer mogelijkheden om zich te profileren. Een zelfstandige ondernemer kan in zijn eentje geen marketingman in dienst nemen. Als je met z’n tienen bent, kan dat wel. T Ontwikkeling marktaandeel 20
• Samenwerking tussen een benzinestation en de oliemaatschappij, die met name betrekking heeft op een oliedistributienet. • Samenwerking tussen de hardwarefabrikant en een software-house. Hierbij worden er complementaire producten aan een flexplek schiphol afnemer aangeboden, namelijk computers en programma’s. E Uit de media ‘De middenstand is aan de goden overgeleverd’ Voor sigarenspeciaalzaak Hagenaar in de Alkmaarse Langestraat is de lol er nu echt af. Dat de overname door Vendex van KBB nodig zou zijn vanwege de oprukkende concurrentie uit het buitenland wil er bij Hagenaar niet in. De Langestraat in Alkmaar is zo’n typische Nederlandse winkelstraat waar de grote concerns en de ketens de laatste jaren het heft definitief in handen hebben genomen. Zelfstandige winkeliers zijn er nog wel, maar ze zijn zwaar in de minderheid ten opzichte van de Blokkers, de Body Shops, de Trekpleisters en wat dies meer zij. Volgens de Nationale Winkel raad is ongeveer tweederde van alle winkels in de drukke winkelstraten in handen van grootwinkelbedrijven. Voor de zelfstandige winkeliers worden zulke toplocaties onbetaalbaar. Toch is de winkeliersvereniging van de Langestraat niet bang voor een machtsgreep. De grote ketens zouden belang hebben bij de vestiging van zelfstandige winkeliers. Die houden het leuk voor de consument, anders wordt het helemaal zo’n eenheidsworst. Bron: de Volkskrant

De structuur van de omgevingscomponenten

Gerelateerde afbeelding

Extern onderzoek heeft betrekking op de omgeving van de organisatie. Deze omgeving bestaat uit een aantal partijen en omgevingsfactoren. Het uitgangspunt van het extern onderzoek is niet om de invloed van elke individuele partij of omgevingsfactor bloot te leggen, maar juist de onderlinge verwevenheid tussen de verschillende partijen en factoren aan te tonen. Verder is het van belang te onderkennen dat de invloed van elke partij en omgevingsfactor niet even groot is op alle organisaties. Om hierin een goed inzicht te krijgen is het nodig structuur aan te brengen in de omgevingscomponenten (partijen en omgevingsfactoren). Binnen de structuur is namelijk sprake van een bepaalde groepering en hiërarchie van de omgevingscomponenten. In figuur 2.18 worden de omgevingscomponenten onderscheiden.
Interne omgeving De interne omgeving heeft betrekking op de organisatie zelf en wordt in belangrijke mate bepaald door de gekozen organisatiestructuur, procedures, overlegstructuren en de kwaliteit van het personeel. Wil een organisatie goed zijn afgestemd op de omgeving, dan vergaderruimte schiphol moet zij op een zodanige wijze zijn ingericht dat ze goed aansluit bij de externe omgeving. Met andere woorden: de externe omgeving stelt eisen aan de inrichting van de organisatie. Belangrijke succesfactoren zijn de slagvaardigheid, flexibiliteit en de effectiviteit van de organisatie. Enkele kansen en bedreigen met betrekking tot de interne omgeving kunnen zijn: kansen • beschikbaarheid van hoogwaardig gekwalificeerd personeel • hoge automatiseringsgraad bedreigingen • bureaucratische organisatie • gebrek aan ‘ondernemerschap’
Een organisatie oefent een of meer taken uit binnen een groter geheel taken en heeft door het uitoefenen van deze taken een bepaalde functie binnen een groter proces. De specifieke taken van een organisatie worden mede beïnvloed door de taken die andere organisaties uitoefenen. In figuur 2.19 wordt door middel van een bedrijfskolom de taakomgeving van verschillende organisaties weergegeven.

Economische factoren

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl
Economische factoren bepalen in belangrijke mate het succes van orga
Bron:C8S,S1atis1isch Zakboek, 1993
nisaties. Ontwikkelingen ten aanzien van de groei van het nationaal in- groei nationaal inkomen komen spelen hierbij een belangrijke rol. Groei van het nationaal inkomen levert veelal voor particulieren een hoger inkomen op en heeft daarmee een positief effect op de koopkracht. Voor organisaties die zich richten op de consumentenmarkt betekent dit dat de afzetmogelijkheden toenemen. De inkomensverdeling is een andere belangrijke factor inkomensverdeling (zie figuur 1.4). Veranderingen in de inkomensverdeling kunnen een belangrijke economische invloed op de omvang van bepaalde markten hebben.
Aangezien Nederland voor een groot gedeelte (ruim 30 procent) van zijn nationaal inkomen afhankelijk is van het buitenland, spelen internationale economische flexplek schiphol ontwikkelingen ook een belangrijke rol. Het gaat hier onder andere om: • de economische groei in verschillende landen; • valutaschommelingen; • ontwikkeling van de rentestand; • ontwikkeling van het buitenlandse loonpeil.
Besteedbaar inkomen (x 1000 gulden) Bron: CBS, Sta1istisch Zak boek. 1993 .à Figuur 1.4 Inkomensverdeling: huishoudens naar klasse van besteedbaar inkomen
Deze factoren kunnen van grote invloed zijn op de concurrentiepositie van Nederlandse ondernemingen.
Internationale economische ontwikkelingen zijn van grote invloed op de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Voor de Nederlandse regering is de werkgelegenheid een grote zorg. Na een periode van groei tussen 1995 en 1999 zien we dat de werkgelegenheidsgroei zich stabiliseert.
Hoofdstuk 1 1 Omgevingsinvloeden
Gevreesd moet worden dat de werkloosheid in de toekomst vooral van structurele aard zal zijn. Het Nederlandse bedrijfsleven zal geconfronteerd worden met een sterke concurrentie vanuit bijvoorbeeld landen uit Zuidoost-Azië. Goedkope arbeid in Zuidoost-Azië en het feit dat transport een steeds kleinere rol speelt, zullen een verschuiving van productie naar die landen met zich meebrengen. Van een toekomstige economische groei in Nederland kunnen dan ook geen wonderen op het gebied van de werkgelegenheid verwacht worden. In de toekomst zal naar alle waarschijnlijk ook geschoolde arbeid bedreigd worden.

Bevoegdheden van de provincie

Gerelateerde afbeelding

Bevoegdheden lagere rechtsgemeenschappen Hier volgt een bespreking van de bevoegdheden van de bestuursorganen die zojuist aan de orde zijn geweest.
Bevoegdheden van de provincie (algemeen) Het provinciaal bestuur is autonoom in het regelen en het besturen van de eigen aangelegenheden van de provincie (art. 105 Provw). Ook bepaalt art. 105 Provw dat van het provinciaal bestuur medewerking kan worden gevorderd bij of krachtens bijzondere wetten ter verzekering van de uitvoering daarvan (medebewind). Deze bepaling maakt niet duidelijk van welk bestuursorgaan het medebewind wordt gevorderd krachtens de bijzondere wetten. In het algemeen kan worden gesteld dat, indien het gaat om wetgevende taken, het medebewind wordt gevorderd van Provinciale Staten; gaat het om bestuurstaken, dan zijn doorgaans Gedeputeerde Staten bevoegd. Een belangrijke medebewindstaak is het toezicht op de gemeenten. Daarnaast wordt medebewind gevorderd op het gebied van ruimtelijke ordening (vaststelling streekplan, goedkeuring bestemmingsplannen) en milieu (vergunningverlening aan grote bedrijven).
Bevoegdheden van Provinciale Staten Provinciale Staten zijn het bevoegde orgaan tot het maken van verordeningen in het belang van de provincie (art. 145 Provw). Provinciale flexplek schiphol Staten kunnen hun bevoegdheden aan Gedeputeerde Staten delegeren, met uitzondering van een aantal met name opgesomde bevoegdheden (art. 152 Provw), waarvan de belangrijkste zijn de bevoegdheid tot: het vaststellen of wijzigen van de begroting en het vaststellen van de rekening; het stellen van straf op overtreding van provinciale verordeningen.
Bevoegdheden van Gedeputeerde Staten Het dagelijks bestuur van de provincie is aan Gedeputeerde Staten opgedragen (art. 158 lid 1 sub a Provw). Ook zijn zij belast met de voorbereiding en de uitvoering van besluiten van Provinciale Staten (art. 158 lid 1 sub b Provw). Gedeputeerden kunnen de uitoefening van één of meer van hun bevoegdheden opdragen aan één of meer van hun leden. Dit is een mandaatsconstructie en geen delegatie, omdat de verantwoordelijkheid blijft berusten bij Gedeputeerde Staten (art. 166 Provw). Gedeputeerde Staten zijn, samen en ieder afzonderlijk, verantwoording schuldig aan Provinciale Staten voor het door hen gevoerde bestuur.

Recht algemeen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Internationaal publiekrecht Naast het beschreven nationale publiekrecht onderscheiden we het internationale publiekrecht, dat ook wel volkenrecht wordt genoemd. Het volkenrecht regelt de verhoudingen tussen de staten, de organisaties van de staten (bijvoorbeeld de Verenigde Naties) en de burgers in de staten. Staten kunnen overeenkomsten met elkaar sluiten, verdragen genoemd. Die kunnen op veel onderwerpen betrekking hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de belastingheffing van de burgers of bepalen welk recht moet worden toegepast als iemand voor de rechter komt in een andere dan zijn eigen staat. Een verdrag kan ook alleen gevolgen hebben voor de staten, bijvoorbeeld een verdrag dat gaat over samenwerking van de staten. Bij een verdrag kunnen ook internationale organisaties van staten worden opgericht, zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie (de Europese Gemeenschap). Zo’n organisatie kan een positie hebben tussen de staten, dan spreekt men van een internationale statengemeenschap, of een positie hebben bóven de staten, en dan spreekt men van een supranationale statengemeenschap. Het verschil tussen beide organisaties is dat bij de internationale gemeenschappen de staten alleen gebonden zijn aan een besluit van de organisatie als de staten er zelf mee instemmen. Bij de supranationale gemeenschappen vergaderruimte schiphol kan in het verdrag bepaald zijn dat een besluit de staten bindt, ook als niet iedere staat ermee instemt.
•Voorbeeld Zo hadden de maatregelen die de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tegen Irak heeft genomen, zeker niet de instemming van dat land. Toch waren de maatregelen rechtsgeldig, omdat de staten bij het sluiten van het verdrag tot oprichting van de Verenigde Naties hebben bepaald dat de Veiligheidsraad bevoegd is maatregelen te treffen.
Staten die zich aansluiten bij het verdrag, onderwerpen zich aan de bepalingen ervan. Hoe intenser de internationale samenwerking wordt, hoe meer de burger de gevolgen ervan ondervindt. De Europese Unie beschikt onder andere in Brussel over een groot ambtelijk apparaat dat regelingen opstelt over vele onderwerpen. Voorbeelden zijn de prijzen die voor landbouwproducten worden vastgesteld, melk-, vlees- en mestquota, visvangstbeperkingen, standaardisatie van producten en technieken, en criminaliteitsbestrijding.

Een bijzonder ritueel

Gerelateerde afbeelding

Bij het afscheid nemen, ontvangen alle nieuwe leden een inlognaam en wachtwoord voor de streng beveiligde website, waarop alle verdere informatie over het genootschap staat beschreven en waar we met elkaar in contact kunnen treden. Langzaam stroomt de kerk leeg en waaieren de mensen over Londen uit. Nergens in de kerk blijft een spoor achter van wat zich tijdens deze avond heeft afgespeeld. Alleen de zoetige wierooklucht blijft nog een paar uur hangen, maar zal morgen zijn verdwenen. Dan is de kerk weer het domein van de toeristen die de parel van Londen bezoeken en geen flauw idee hebben van ons genootschap. Van al die miljoenen toeristen die jaarlijks de kerk bezoeken, zal niemand weten wat er hier op deze avond voor een bijzonder ritueel heeft plaatsgevonden. Het is zelfs de vraag of iemand van al die mensen een flauwe notie heeft dat er nog altijd Tempeliers bestaan. Nadat ik mijn koffer uit het voorportaal heb gepakt, verlaat ik samen met een groepje leden en Akihito als laatsten de kerk. De zware met koper beslagen kerkdeur flexplek schiphol valt met een klik achter ons in het slot. Ik neem afscheid van Akihito. Daarna loop ik het plein af richting de Temple Church Street en ga op zoek naar een hotel. Pas morgenochtend vroeg gaat mijn vliegtuig naar Schiphol. Ik voel me door de emoties bekaf, maar tegelijkertijd licht in mijn hoofd. Misschien is het de jetlag die me parten speelt. Het eerste het beste hotel dat ik tegenkom, ga ik binnen. Het blijkt een klein familiehotel te zijn waar gelukkig nog een kamer vrij is. Bij een aardige, oudere dame check ik in. Op mijn kamer bel ik Kathleen om haar iets over vanavond te vertellen en haar deelgenoot te maken van de meest bijzondere avond uit mijn leven. Ze staat door de telefoon niet afwijzend tegenover me en dat geeft me nog meer hoop. Ik vraag haar om me morgen op Schiphol op te komen halen en tot mijn verrassing stemt ze toe. Daarna bel ik mijn neef Renard om verslag te doen van deze avond. Ik spreek met hem af om hem volgende week te bezoeken in de abdij om daar uitgebreid verslag van mijn reis te doen. Hij was het tenslotte, die deze reis financieel mogelijk heeft gemaakt. Met alle liefde draag ik aan hem de kennis over die professor Markowitz mij heeft bijgebracht.