‘Kosten in beeld, kosten verdeeld’

Werken we over de tijdvakken met variabele indexen dan kunnen we de berekening ook uitvoeren door eerst de cumulatieve indexen voor de opbrengsten (ciot) en voor de kosten (cikt ) te berekenen en die in de volgende vergelijking in te voeren. GW = GW ei + 01 kt (1 + r) 1 [ ei – ei -b l t 0 kt GQO waarbij geldt: 5.7 Kosten productie bouwrijpe grond eit = Il(l + inr n=l Tot nu toe hebben we aandacht besteed aan de grondopbrengsten. Voor het produceren van bouwrijpe grond flexplek huren leeuwarden zijn een groot aantal kostenposten te definiëren die uiteindelijk ook onderdeel gaan uitmaken van de kasstromen van de grondexploitatie. Wij noemen de belangrijkste en volgen daarbij gedeeltelijk de taxonomie zoals beschreven is in het BRO (het Besluit Ruimtelijke Ordening), een nadere uitwerking van de WRO (Wet Ruimtelijke Ordening) en dan specifiek voor een bepaald onderdeel van deze wet: de Grondexploitatiewet. In het BRO staan limitatief de kostensoorten genoemd waarover binnen het kader van de wet verhaal mogelijk is in de vorm flexplek huren groningen van een exploitatiebijdrage. Verwerving gronden, BRO: inbrengwaarde grond Verwerving van gronden en/of opstallen vormt in grondexploitaties een grote kostenpost. De omvang is afhankelijk van het type gebiedsontwikkeling. Bij transformatie (het herontwikkelen van gebieden met bestaande opstallen en grond waarbij functiewijziging plaatsvindt) en herstructurering (herontwikkelen van een bestaand flexplek huren eindhoven gebied zonder functiewijziging) kan deze post wel oplopen tot 90% van de kosten. Bij uitleggebieden (ontwikkelen in de wei) is deze post minder groot. Onder deze kostenpost vallen: – De waarde van de gronden in het exploitatiegebied; – De waarde van opstallen die in verband met de exploitatie niet gehandhaafd worden; – De kosten van vrijmaken van de gronden van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt recht en zakelijke lasten; – De kosten van sloop, verwijdering en verplaatsing van opstallen, obstakels en funderingen, kabels en leidingen in het exploitatiegebied. Het begrip waarde is in de WRO gedefinieerd als de werkelijke waarde in het economische verkeer op het moment van inbreng. Dat betekent dat bij transformatie de inbrengwaarde niet alleen de waarde van het vastgoed, maar die van een totaal bedrijf kan zijn. Grondexploitaties worden vaak uitgevoerd flexplek huren den haag door een samenwerking van publieke en private partijen. Hebben die partijen gronden en/of opstallen in het te exploiteren gebied, dan zal er altijd een discussie worden gevoerd over de inbrengwaarde: is de inbrengwaarde voor beide partijen hetzelfde? Is de inbrengwaarde de boekwaarde, de kostprijs, de marktwaarde, de bedrijfswaarde? Wie draait er op voor de aanvullende verwerving van gronden en/of opstallen? Om die discussie rond inbreng- (en uitneem)waardes bij transformatie en herstructureringsopgaven enigszins in te kaderen hebben VROM, de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten), Aedes (de koepelorganisatie van woningcorporaties) en de NEPROM (de Nederlandse Vereniging van Projectontwikkelings Maatschappijen) in 2003 een afsprakenkader neergelegd in de handreiking ‘Kosten in beeld, kosten verdeeld’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *